In 2002 is de taakstelling van de arrestatieteams enigsinds veranderd. Het artikel 8 van het BBRP is onderhevig geweest aan een kleine verandering. Een verschil van enkele woorden, maar die voor de AT's een hele uitbreiding van hun takenpaket heeft gezorgd.
Zo stond voor 2002 in artikel 8 dat een AT kon worden ingezet "indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat vuurwapengeweld dreigd". Tegenwoordig luidt dat stukje van die zin als volgt: "indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat levensbedreigende omstandigheden dreigen". Wat we hieruit kunnen halen is dat vuurwapengeweld nu geen vereiste meer is om een AT-inzet te kunnen rechtvaardigen; allerlei andere levensbedreigende situaties voldoen ook.
En nu?
We weten nu wanneer een situatie geschikt is om er een arrestatieteam op te kunnen inzetten, wat gaat er nu verder gebeuren? Als we naar de Ambtsinstructie 1994 kijken, artikel 6 lid 1 dan zien we dat er eerst toestemming moet komen om het AT eventueel in te zetten:
We zien dat er wordt verwezen naar artikel 8 van het BBRP, het artikel waarin de eenheid die wij als "arrestatieteam" kennen staat omschreven. Als we vervolgens kijken naar artikel 12 en 13 van de Politiewet van 1993 dan zien we dat er voor verschillende terreinen verschillende personen zijn die toestemming moeten geven:
We zien dus dat er voor de twee verschillende vlakken twee verschillende personen zijn aangewezen. In praktijk bleek dit systeem voor de inzet van arrestatieteams, waar dit ook op van toepassing is, niet zo goed te werken. Daarom werd in mei 1995 besloten door de Minister van Justitie in een circulaire dat de inzet van een AT werd voorbehouden aan een hoofd officier van Justitie.
Om te voorkomen dat een AT niet kan worden ingezet wanneer de hoofdofficier van Justitie met de vrouw en kindertjes op Ameland zit, wijst hij op zijn parket maximaal twee officieren van Justitie aan die dan ook toestemming kunnen geven.
Automatische wapens
Automatisch vuur tijdens beveiligingsopdracht
Het arrestatieteam kan indien gewenst gebruik maken van de Heckler & Koch MP5 pistoolmitraileur. Dit wapen kan zowel semi-automatisch als volautomatisch vuren, wanneer men de Heckler & Koch MP5 in de volautmatische uitvoering wil gebruiken zit hier een toestemmingsprecedure aan vast: het is immers een zeer zwaar geweldsmiddel. Wanneer de MP5 echter in semi-automatische vorm wordt meegedragen is deze procedure niet van toepassing; de MP5 valt dan als een semi-automatisch wapen onder dezelfde categorie als de eveneens semi-automatische Walther P5.
Willen we weten wie hiervoor toestemming kan geven, en wanneer deze persoon dat doet, dan zullen we de Ambtsinstructie erbij moeten pakken en kijken naar artikel 8.
Een flinke lap tekst dat artikel. Aangezien dit soort teksten soms wat lastig te overzien zijn spreken we het even door. In het eerste lid van het artikel staat omschreven dat het gebruik van het automatische wapen geoorloofd is in situaties waarbij op het moment zelf (levens)gevaar dreigt voor de schutter of derden.
In het tweede lid worden twee situaties genoemd waarin het meevoeren dus meedragen van de MP5 is geoorloofd. Allereerst bij aanhoudingen van vuurwapengevaarlijke personen en ten tweede bij beveiligingsopdrachten. Denk hierbij aan het beveiligen van Jotsa Jocic in 2003 bij de rechtbank in Rotterdam.
Kijken we naar lid 3, dan zien we dat de officier van Justitie toestemming geeft om de MP5 mee te voeren, maar wel pas wanneer de Minister van Justitie een schriftelijke machtiging heeft afgegeven. Er zijn natuurlijk situaties waarin hierop niet kan worden gewacht en dan zal de toestemming mondeling kunnen verlopen. Dit geld alleen voor aanhoudingen. Voor de beveiligingsopdrachten, zoals omschreven onder B, kijken we naar het vierde lid.
Daar staat dat de officier van Justitie pas toestemming mag geven wanneer hij een machtiging heeft zoals ook in het derde lid staat. Nu moeten alleen zowel de Minister van Binnenlandse Zaken en die van Justitie een machtiging afgeven.
Lange afstandprecisiewapens
Bij verschillende arrestatieteams zijn er teamleden die zich hebben gespecialiseerd als schutter lange afstand (SLA): scherpschutter. Bij zo een speciale taak hoort een speciaal vuurwapen: deze specialisten gebruiken daarom ondermeer de Heckler & Koch PSG-1 en de Mauser SR93.
Aangezien we ons nu richten op het meevoeren / gebruiken van deze wapens en niet op de inzetcriteria van de scherpschutters zelf, gaan we even kijken naar artikel 9 van de Ambtsinstructie:
AT-leden SLA's in BBE-P verband met de Mauser
In het eerst lid wordt uitgelegd dat het wapen alleen mag worden gebruikt in situaties waarin direct levensgevaar dreigt; ook het meevoeren van een wapen als dit mag alleen in deze situaties zoals je in lid 3 leest.
In het tweede lid staat dat wanneer er een situatie is als in lid 1 is omschreven, dat de beslissing tot vuren dan gebeurd onder bevel van de commandant van de eenheid.
Toestemming tot het meevoeren van de wapens voor de scherpschutters mag alleen na schriftelijke toestemming van de Minister van Justitie. In spoedeisende gevallen kan deze toestemming ook eerst mondeling worden aangevraagd / gegeven.