Invoering Walther P5 dienstvuurwapen

De selectie

Voordat de Walther P5 in Nederland dienst ging doen als politiepistool waren de Nederlandse Rijks- en Gemeentepolitie agenten uitgerust met het Fabrique Nationale Model 125 pistool. In de jaren '70 kwam er steeds meer kritiek op het FN pistool en de bijbehorende munitie, deze zou vaak levensgevaarlijk zijn, ook onbedoeld... Daarom kreeg op 2 december 1977 de "Commissie Inzake Bewapening en Uitrusting van de Gemeentepolitie en het Korps Rijkspolitie" de opdracht op een uitvoering onderzoek te doen naar een vervangend wapen voor het FN pistool. Na een 1-jaar lang durend onderzoek had de Commissie uit tien wapens, waarvan 2 revolvers en 8 pistolen, een keuze van die pistolen gemaakt. Een van deze drie wapens zou het nieuwe dienstpistool worden van de Nederlandse Politie. De tien wapens waarnaar de Commissie onderzoek heeft gedaan zijn de volgende:


  1. SIG Sauer P220 - 9x19mm, Pistool
  2. SIG Sauer P225 - 9x19mm, Pistool
  3. SIG Sauer P230 - 9x18mm, Pistool
  4. Heckler & Koch PSP - 9x19mm, Pistool
  5. Walther P5 - 9x19mm, Pistool
  6. FN GP (gemodificeerd) - 9x19mm, Pistool
  7. Manurhin MR73 - 9x19mm, Revolver
  8. Beretta 84P - 9x18mm, Pistool
  9. Ruger Police Service Six - .38 Special, Revolver
  10. FN 125 - 7,65mm, Pistool (Toenmalige dienstwapen)


Het onderzoek


Hecker & Koch PSP

Het onderzoek naar deze tien wapens duurde zoals gezegd ongeveer één jaar. Het onderzoek duurde maar zo kort omdat de daarvoor opgerichte werkgroep Vuistvuurwapens Politie een onderzoek aangereikt kreeg als hulp wat het Korps Rijkspolitie met bijstand van de Materieelbeproevingsafdeling I van de Koninklijke Landmacht al had verricht naar 16 wapens en hun munitie. Ook werden de resultaten van een onderzoek uit Duitsland gebruikt. Daar had men in de periode 1975-1978 namelijk een onderzoek naar "Polizeitypische Faustfeuerwaffen und Munition". de werkgroep gebruikte in haar onderzoek ook de reacties en ervaringen van schutters van het Korps Rijkspolitie en de Gemeentepolitie. Echter waren maar vier van de tien genoemde wapens al getest in het onderzoek dat de Rijkspolitie heeft gehouden.

De eisen

Aan welke eisen moesten deze wapens voldoen? Op tafel lagen al een aantal algemene gebruikerseisen die de toenmalige bewindslieden hadden opgesteld. Deze komen neer op de voorwaarde dat het wapen doelmatig moet zijn, dat houdt in dat:

  • het wapen mag alleen af gaan als de gebruiker dat wenst.
  • het met geringe inspanning van de gebruiker de munitie naar het beoogde doel brengt en dat met de vereiste werking treft.
  • voor het afvuren zo weinig mogelijk voorbereidende handelingen vereist zijn
  • de opleiding in het gebruik van het wapen in een beperkte tijd leidt tot een redelijke graad van geoefendheid
  • het onderhouden van het wapen zo weinig mogelijk technische vaardigheid en tijd vereist om het bedrijfsvaardig te houden
  • gewicht en omvang niet zodanig groot zijn, dat het dragen ervan een hinderpaal of last vormt bij het verrichten van andere taken

De eigenlijke tests

De Commissie testte de tien wapens uiteindelijk op een flink aantal onderdelen, te weten:


Manurhin MR-73
  1. Grote bedrijfszekerheid

  2. Deze test bestond uit het uitvoeren van duurproeven met de wapens. Zoals verwacht scoorden de revolvers hier het allerhoogste door de technieken in deze wapens. De moderne pistolen zijn echter al zover doorontwikkeld dat deze het amper onder deden voor de revolvers. Het verschil was verwaarloosbaar klein.
  3. Effectieve schotzuiverheid

  4. Deze test had betrekking op de schotszuiverheid van de verschillende wapens op politie-gebruiksafstanden. De trefzekerheid werd door vier verschillende, goede schutters getest op afstanden van 7 meter, 15 meter en 30 meter met ieder wapen. De schutters moesten op vier verschillende poppen vijf schoten plaatsen. De revolvers werden in én single-action én in double-action getest.
  5. Bedienbaarheid met één hand

  6. Verreweg de meeste wapens uit de test konden met één hand schietgereed worden gemaakt en afgevuurd. De snelheid waarmee dit echter kan gebeuren is vooral belangrijk. Dit hangt grotendeels af van het soort holster waarin het wapen wordt meegedragen en op welke plaats dit holster wordt gedragen. Dit was een van de knelpunten die voor een wat vertroebeld beeld zorgde tijdens de tests.
  7. Veiligheid

  8. Dit houdt in dat het wapen kan worden gedragen terwijl er één patroon in de kamer wordt meegedragen. Wanneer men een patroon in de kamer heeft tijdens het dragen kan het afschieten van een patroon worden versneld met 1 á 2 seconden, een aanzienlijke tijd, dit is dus erg belangrijk, alleen moet dit wel veilig kunnen aangezien er verhalen bekend zijn van agenten die in hun eigen benen zijn geschoten met oudere vuurwapens die niet goed met de patroon in de kamer konden worden gedragen.
    Verder moet het mogelijk zijn om het wapen veilig te spannen en te ontspannen. Verder moet het wapen voorzien zijn van een val- en stootbeveiliging en een duidelijke signalering of een wapen geladen of ongeladen is.
    In deze test werden wapens met uitwendige blokkeerinrichtingen, greepveiligheid en houderveiligheid scoorden negatief in deze test, er werd geen prijs gesteld op deze systemen.
  9. Links- én rechtshandig te bedienen

  10. Dit onderdeel spreekt voor zich.
  11. Patroonhouder

  12. De patroonhouder, of deze nou intern of extern is, de minimale inhoud van de patroonhouder moet zes patronen zijn.
  13. Richtmiddelen

  14. Het wapen moet voorzien zijn van duidelijke, eenvoudige te bedienen en goed zichtbare richtmiddelen.
  15. Afmetingen en Gewicht

  16. Afhankelijk van het kaliber van het wapen en de inhoud van de patroonhouder moet het wapen zo klein mogelijke afmetingen hebben en een zo laag mogelijk gewicht. In samenwerking met het "Dictoriaat Materieel Koninklijke Landmacht" is men tot de volgende normen gekomen met betrekking tot de afmetingen. Het wapen mag maximaal 180mm lang zijn, 130mm hoog, 34mm breed en mag maximaal 1000 gram wegen.

    Amerikaanse "U.S. Customs" op de schietbaan
    met een H&K USP (voorgrond) en een SIG Sauer P228 (achtergrond).
  17. Handschoenen

  18. Het wapen moet ook met een gehandschoende hand af zijn te vuren. Er zijn wapens waarbij de ruimte tussen de trekker en de trekkerbeugel te krap is om met een gehandschoende hand te kunnen vuren wat vreselijk gevaarlijke situaties op kan leveren. Een aantal wapens uit deze test voldeden ook niet aan deze vereiste.
  19. Zichtbaarheid magazijninhoud

  20. Het was gewenst om op een visuele manier te realiseren dat men snel kon zien hoeveel patronen er nog in de magazijnhouder zaten. Ten tijde van de tests was het daarentegen absoluut niet gebruikelijk en men was indertijd bezig om dit soort systemen te testen. men besloot dit punt dan ook te bewaren voor tijdens gespreken met de uiteindelijke winnaar van de order.
  21. Bediening en Onderhoud

  22. Het was een eis dat het wapen eenvoudig te bedienen was. Ook zou het onderhoud en het "strippen" van het wapen ook geen moeilijke klus moeten zijn. Deze eis was ook al gebruikt tijdens de selectie van de eerder genoemde tien vuistvuurwapens voor de test.
  23. Hanteerbaarheid

  24. Na de tests B, D tot en met H waren er vijf wapens geëlimineerd. De overgebleven wapens, de SIG Sauer P225, SIG Sauer P220, H&K PSP, Walther P5 en de Ruger Police Service Six, werden onderworpen aan een "hanteerbaarheids-test".
    Acht goede schutters uit allerlei verschillende politierichtingen (Opleiding, uniformdienst, vrouwelijke agentes, recherchedienst en NPA studenten) en van én het Korps Rijkspolitie én de Gemeentepolitie moesten met deze wapens vier zogeheeten politieparkoersen schieten.

Overige tests

De Materieelbeproevingsafdeling I deed naast deze "gebruikerstests" ook nog een aantal technische tests met de wapens. Zo werd onder andere de hulsuitwerpdiagram opgesteld, er werd een loopmeting gedaan en de mondingsnelheid van het wapen werd gemeten. Deze tests werden uitgevoerd in een "Ransom-rest", een apparaat waar een vuurwapen in wordt geklemd en in kan worden afgevuurd.

Na al deze test bleven er drie wapens over:


Heckler & Koch PSP, SIG Sauer P225, Walther P5

Eind mei kwam het beslissende oordeel van de Commissie en van de toenmalige Ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie, Wiegel en Ruiters. De Walther P5 was het nieuwe dienstwapen. Over de soort munitie die men zou gebruiken was men nog niet zeker. Er werd nog getwijfeld tussen de conventionele volmantel munitie of tussen de "hollow-point"munitie.
De Walther P5 werd gekocht voor Fl. 771,08 ofwel € 349,90 per stuk.

User

De eigenaar en webmaster van Arrestatieteam.nl. Zelf zeker geen AT'er, maar heeft wel vaak samengewerkt met verschillende AT's. Een politieagent met een gezonde interesse in geweldsbeheersing, bewapening en uitrusting.

Website: www.arrestatieteam.nl
  • Facebook >

  • Twitter @Arrestatieteam.nl >

  • Twitter #Arrestatieteam >

  • 1