Dienst Speciale Interventies (DSI)

In de Antheunisstraat in Den Haag, 10 november 2004 maakte Nederland (grotendeels zonder het te weten) kennis met de BBE-SIE, de tijdelijke Bijzondere Bijstandseenheid Snelle Interventie Eenheid die dienst deed totdat er een nieuw stelsel van Nederlandse Speciale Eenheden draaiende was. 1 juli 2006 is het zover, het KLPD heeft er een nieuwe dienst bij, de DSI: Dienst Speciale Interventies. Einde BBE-SIE, het nieuwe stelsel draait. Hoe ziet dit nieuwe stelsel er precies uit, wat is er veranderd. Wie werken er in welke eenheden en wat is hun taak. Wie draagt het bevel en hoe zijn de leden uitgerust? Arrestatieteam.nl zocht het uit.

Extra: herinrichting van het stelsel van speciale eenheden
Brief van de Minister van Justitie aan de Tweede Kamer over de herziening van de Speciale Eenheden en het rapport van prof. dr. C. Fijnaut met betrekking tot het huidige stelsel.

De verschillende eenheden

De Dienst Speciale Interventies is een onderdeel van het KLPD. Het is een overkoepelend orgaan welke een aantal units onder zich heeft zoals dat bij het KLPD heet. De units hebben allen een eigen speciale taak of specialisme, zo ook binnen de DSI. Zoals de vast bezoeker van De Blauwe Baret wel weet zijn er een flink aantal speciale eenheden in Nederland welke zich bezighouden met het bestrijden van grof geweld, zware criminaliteit en terrorisme. Deze houden allen hun zelfstandigheid maar kunnen in bepaalde gevallen onder leiding van de DSI optreden. Hoe dit in elkaar steekt is het makkelijkst te bekijken aan de hand van de verschillende eenheden die het huidige “Stelsel van Speciale Eenheden” rijk is, dit zijn er vier:

  1. AOE’en of AT’s van Politie en Marechaussee
    Aanhoudings- of Ondersteuningseenheden of in de volksmond arrestatieteams. Dit zijn de zes arrestatieteams van de Politie en de sectie AT van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten van de Koninklijke Marechaussee.
  2. Unit Interventie Mariniers
    Voorheen heette deze eenheid de Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers of BBE-M. Het is een defensie-eenheid bestaande uit speciaal opgeleide en getrainde mariniers.
  3. Unit Interventie (UI)
    Dit is de voormalige BBE-SIE of Snelle Interventie Eenheid. Een groep die bestaat voor 2/3 uit militairen (zéér waarschijnlijk dus leden van de Unit Interventie Mariniers) en 1/3 politiemedewerkers (leden van de AT’s).
  4. Unit Expertise & Operationele Ondersteuning
    (UE&OO) Dit is de groep scherpschutters ofwel langeafstandsschutters die voorheen bekend stond als de BBE-Politie / BBE-P en de BBE-Krijgsmacht / BBE-K. Defensie en de Politie leveren ieder de helft van de mensen. De BBE-P en de BBE-K houden op te bestaan.

De laatste twee eenheden, de Unit Interventie en de Unit Expertise en Operationele Ondersteuning vallen volledig onder de DSI. Opvallend is dan ook dat een groot deel van de medewerkers van de DSI militairen zijn terwijl de DSI een politieorganisatie is. De militairen worden dan ook opgeleid tot Medewerkers AOE en worden Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) terwijl de politieagenten worden opgeleid in bepaalde marinierscompetenties. De AOE’en, BSB en de Unit Interventie Mariniers blijven beheersmatig gewoon op hun oude plek bij respectievelijk de regiokorpsen, Kmar en het Korps Mariniers. De DSI kan echter in bepaalde gevallen een beroep doen op leden van deze eenheden.


"Terroristen" worden gecontroleerd en afgevoerd door de DSI tijdens een oefening in Rotterdam.
Copyright © Onbekend.

De DSI Units

Ten tijde van dit schrijven (augustus 2006) telt de DSI maximaal 100 medewerkers, dit is dan de UI, de UE&OO en de staf. Dit is dan de kern van de landelijke antiterreurbestrijding. Deze honderd medewerkers zijn goed uitgerust en opgeleid voor hun taak getuige hun motto: Be Prepared. De hechte samenwerking tussen de verschillende groepen of zelfs het samenvoegen van enkele zorgt voor de overdracht van veel informatie en kennis.

Unit Interventie


Een "klemmende deur" wordt opengewerkt met explosieven tijdens een entry.
Copyright © ANP - Vincent Jannink.

Deze eenheid is gespecialiseerd in situaties waarin gebruik wordt gemaakt van zware (vuur)wapens en explosieven en handgranaten, onafhankelijk van het feit of deze situaties zijn te kenmerken als een “terroristisch” incident. De UI wordt ook ingezet wanneer de verdachten bereid zijn zichzelf eventueel op te offeren of wanneer er sprake is van dreiging van chemische, biologische, radioactieve of nucleaire wapens (CBRN). Wanneer operaties te complex worden voor de beperkte grootte van de UI zal ondersteuning plaatsvinden door de inzet van allereerst de UIM en eventueel de AOE’s.

Unit Expertise & Operationele Ondersteuning

In het verleden waren de SLA’s (schutters lange afstand) verdeeld over een tweetal eenheden welke nu zijn samengevoegd in deze KLPD Unit. Voor de taken en manier van werken verwijs ik naar het artikel over de vroegere BBE-Politie, één van de opgeheven SLA-eenheden bestaande uit AT’ers.

Samenwerking

In normale situaties blijven de Arrestatieteams de primaire eenheden die op zwaar gewelddadige dreigingen reageren. De DSI staat in feite 24/7 en 356 dagen per jaar klaar om bijstand te verlenen indien nodig. Wanneer een inzet of instap te grootschalig blijkt om door het AT te worden afgehandeld dan kan de DSI worden ingezet. Wanneer het zelfs voor de DSI een te grote klus blijkt te zijn dan kunnen de AOE’s (beveiligingsringen en veiligstellen omgeving) en de Unit Interventies Mariniers worden ingezet om te assisteren.

Aansturing van de inzet van de DSI

Voor de inzet van de DSI zijn er twee situaties mogelijk: de reguliere situatie en de nationale situatie.

Reguliere situatie

Uitgangspunt in de reguliere situatie is dat de voor het strafrechtelijk onderzoek verantwoordelijke hoofdofficier van Justitie1 – op basis van advies van de Politie - het initiatief neemt tot een verzoek om bijstand door de DSI. Belangrijk afwegingscriterium daarbij is de mate van dreiging van geweld. De landelijk officier van Justitie voor terrorismebestrijding kan een adviserende rol hebben vanuit zijn ervaring en expertise met terrorismeonderzoeken en enkele bijzondere bevoegdheden op dit terrein.


Vuurdekking en observatie vanuit een KLPD-heli door een schutter van de UE&OO.
Copyright © ANP - Vincent Jannink.

Het hoofd Dienst Speciale Interventies (hoofd DSI) van het KLPD stelt de operationele inzetplannen op voor verschillende mogelijke scenario’s ter beëindiging van de situatie.

Het College van procureurs-generaal richt op aanvraag van de hoofdofficier van Justitie het bijstandsverzoek aan de minister van Justitie, die vervolgens zijn goedkeuring verleent aan de inzet en de daarbij behorende randvoorwaarden. De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Defensie en Algemene Zaken (AZ) worden onverwijld in kennis gesteld van dit besluit. Indien mogelijk geschiedt dit voorafgaand aan de feitelijke inzet. Uitsluitend bij besluit over inzet van de Unit Interventie Mariniers (of delen daarvan), zal de minister van Justitie dit besluit nemen na overleg met de minister van Defensie. 1) Dit is de regionale hoofdofficier van Justitie, tenzij er in de zaak een opsporingsonderzoek plaatsvindt onder gezag van het Landelijk Parket. In dat geval is de hoofdofficier van het Landelijk Parket de verantwoordelijke hoofdofficier. Om de besluitvormingsprocedure bij de inzet van de DSI te versnellen, zal de voorzitter van het College van procureurs-generaal voor enkele, specifieke inzetscenario’s, die gelden in een reguliere situatie, worden gemandateerd om namens de minister van Justitie te besluiten over de inzet van de DSI. In situaties waarin er geen vooraf vastgesteld inzetscenario voorhanden is en die dus niet onder het mandaat van de voorzitter van het College vallen, besluit, door tussenkomst van de NCTb, de minister van Justitie. In dit geval pleegt de minister van Justitie zo mogelijk voorafgaand aan zijn besluit tot inzet van de DSI overleg met zijn ambtgenoten van BZK en Defensie.

De hoofdofficier van Justitie heeft het gezag over de interventie en beslist over de daadwerkelijke inzet. Daaraan voorafgaand informeert hij de lokale driehoekspartners (burgemeester, korpschef), zodat de burgemeester zo nodig tijdig de benodigde openbare orde- en veiligheidsmaatregelen kan treffen (bijvoorbeeld afzettingen, verkeersmaatregelen, op afstand houden van publiek, evacuatie van buurtbewoners). Wanneer de inzet onder gezag van het Landelijk Parket plaatsvindt, zal de hoofdofficier van Justitie van het Landelijk Parket zijn collega-hoofdofficier van het betreffende arrondissement hierover tijdig informeren, zodat deze laatste de lokale driehoek inlicht. Als de situatie daartoe in dergelijke gevallen aanleiding geeft, kan de hoofdofficier van Justitie van het Landelijk Parket aansluiten bij de lokale driehoek.

Nationale situatie

Wanneer zich meerdere incidenten op verschillende locaties tegelijkertijd voordoen die ogenschijnlijk met elkaar in verband staan, of wanneer op enige andere wijze een groot nationaal belang in het geding is, kan de minister van Justitie besluiten dat er sprake is van een nationale situatie. In de nationale situatie wordt er een beleidsteam gevormd dat de minister van Justitie adviseert over de toewijzing en goedkeuring van de DSIinzet. In dit beleidsteam nemen de NCTb (als voorzitter), de voorzitter van het College van procureurs-generaal en de korpschef van het KLPD plaats. Het beleidsteam kan zich laten bijstaan door adviseurs. In geval van inzet van de Unit Interventie Mariniers (of delen daarvan) neemt Defensie ook deel aan het beleidsteam. Het beleidsteam toetst het door hoofd DSI opgestelde inzetplan en legt dit vervolgens met een advies ter goedkeuring voor aan de minister van Justitie. De ministers van AZ, BZK en Defensie worden onverwijld in kennis gesteld van het besluit tot inzet. Het Openbaar Ministerie heeft ook in de nationale situatie het gezag over de daadwerkelijke inzet en informeert voorafgaand daaraan de lokale driehoekspartners.


De trein in volle vaart: mariniers en agenten in nauwe samenwerking.
Copyright © ANP - Vincent Jannink.

Operationeel

Het hoofd DSI heeft de algehele leiding over de interventie. Hij is als commandant interventie DSI nevengeschikt aan de algemeen commandant in de Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden-structuur (SGBO), die verantwoordelijk is voor de totale operatie behoudens de interventie. De commandant interventie DSI en de algemeen commandant SGBO hebben dientengevolge beiden rechtstreeks toegang tot de lokale driehoek.

5

De eigenaar en webmaster van Arrestatieteam.nl. Zelf zeker geen AT'er, maar heeft wel vaak samengewerkt met verschillende AT's. Een politieagent met een gezonde interesse in geweldsbeheersing, bewapening en uitrusting.

Website: www.arrestatieteam.nl
  • Facebook >

  • Twitter @Arrestatieteam.nl >

  • Twitter #Arrestatieteam >

  • 1